Ziektes, ongedierte & bestrijding

Ziektes, ongedierte & bestrijding

In dit gedeelte besteden we aandacht aan alle ziektes en ongedierte die tijdens de kweek van uw medicinale cannabis kan voorkomen.

Onderstaande ziektes en ongedierte zijn de meest voorkomende plagen die het meest waarschijnlijk zijn dat u ze een keer gaat tegenkomen.

Onze ervaring leert dat biologische bestrijding de meest efficiënte en daarbij meest vriendelijke manier is van het oplossen van ziektes & ongedierte.

Beestjes tegen beestjes als het ware, zelf hebben wij al jaren ervaring met het bedrijf Entocare uit Wageningen.

Door te klikken op het logo word u doorverwezen naar de webshop van Entocare.

Entocare

 

Ziektes, ongedierte & bestrijding

 

Trips

Tabakstrips (Thrips tabaci) en Californische trips (Frankliniella occidentalis)

trips1
Door hun goede aanpassingsvermogen zijn tripsen ontwikkeld tot één van de meest bevreesde en verspreide plaaginsecten. Ze veroorzaken veel schade.

Herkenning

Volwassen tripsen zijn kleine, langwerpige insecten met typische franjevleugels. Ze zijn ongeveer 1 mm groot, en grijsachtig of geel tot bruin/zwart van kleur. Het tripsvrouwtje legt haar eitjes in het plantenweefsel. Daaruit komen de zeer beweeglijke larven die onmiddellijk beginnen te eten. Na het tweede larvenstadium laten ze zich meestal op de grond vallen om te verpoppen. De totale cyclus van ei tot adult bedraagt 20 dagen bij 20°C tot 12 dagen bij 30°C. Bij optimale temperaturen kan één tripsvrouwtje ruim 100 nakomelingen voortbrengen.

trips2

Tripsen beschadigen het gewas door plantencellen leeg te zuigen. De leeggezogen cellen vullen zich met lucht en geven zo een zilverachtige schijn, waarop zwarte puntjes (de uitwerpselen) te zien zijn. Aan de onderzijde van het blad, bij de bladnerven ontstaan verkurkte zuigplekken, waarop ook uitwerpselen zichtbaar zijn. De planten worden in de groei beperkt, sterk aangetaste bladeren vallen af

trips 3Schade veroorzaakt door trips.

Bestrijding

Bestrijding is absoluut noodzakelijk, preventief werken is nog beter, zet zodra u trips herkend op uw planten ter preventie roofwansten of roofmijten zoals de Amblyseius swirskii uit, zo weet je zeker dat je de gehele kweek vrij bent van trips.

 

Spint

Kasspintmijt (Tetranychus urticae)

spint1

Spint is de verzamelnaam voor een aantal soorten mijten die wij op onze planten kunnen aantreffen. Omdat ze zo klein zijn, zijn ze met het blote ook niet makkelijk zichtbaar. Alle spint gedijt goed in warme en droge omstandigheden.

Spint kan een voor vervelende problemen zorgen tijdens de kweek van uw medicinale cannabis. Door hun grote voortplantingscapaciteit kunnen ze in korte tijd enorm veel schade aanrichten. In veel gevallen is het de kasspint Tetranychus urticae. Bij buitenkweek kunnen ook andere Tetranychus-soorten voor schade zorgen.

Herkenning

Spint is ongeveer 0,5 mm groot, de kleur varieert van licht- tot donkergroen, maar kan ook bruin of oranje zijn. Onderaan het blad legt het wijfje ronde eitjes van ongeveer 0,14 mm doorsnede. Een vrouwtje legt ongeveer 80 eitjes. Hieruit komt een larve te voorschijn met slechts 3 paar poten. De larve begint onmiddellijk sap te zuigen en ontwikkelt zich tot volwassen spint. In een seizoen treden 6 tot 8 generaties op, die zich via vervellingen ontwikkelt tot een volwassen spintmijt. Bij 20°C duurt de totale cyclus van ei tot volwassen insect ongeveer 17 dagen en bij 30°C 7 dagen. Bij 12°C staat de ontwikkeling stil.

Zichtbare schade

Spint veroorzaakt snel grote schade, die in de vorm van witte of zilverachtige puntjes zichtbaar wordt. Meestal zitten ze aan de onderkant van aangetaste bladeren en ze lopen of heel langzaam of niet. Als je geen goede ogen hebt zie je ze echt niet. Aangetaste bladeren herken je echter direct. Ze worden meer en meer gespikkeld en in een later stadium zullen ze hele toppen inspinnen met een wit web.

Larven, nimfen en adulten zuigen aan de onderzijde van de bladeren, waardoor eerst gele vlekjes en later zelfs geheel gele bladeren ontstaan. Hierdoor lopen groei en productie terug en kan uiteindelijk zelfs de hele plant ten gronde gaan.

Nimfen en adulten produceren spinsel dat voor schade aan uw cannabisplant kan zorgen. Bij grote aantallen spintmijten worden de planten zelfs volledig bedekt met webben, waarin het kan krioelen van de mijten.

spint 2

Levenswijze

Spint heeft vijf ontwikkelingsstadia, namelijk ei, larve, 1e nimfenstadium, 2e nimfenstadium en uiteindelijke de volwassen spint. Alle stadia zijn tijdens de kweek waarneembaar.

spint 3

 

Biologische Bestrijding

Roofmijt

Bestrijding van zowel trips als spint kan met meerdere soorten roofmijten, onder andere te verkrijgen via Entocare, mag u ze in hun webshop niet vinden, stuur dan even een mail met de vraag of u deze kunt bestellen, of kijk even bij andere aanbieders op het internet, door het intikken van één van de onderstaande roofmijtsoorten zult u gegarandeerd vinden wat u zoekt.

Roofmijten zuigen alle stadia van spint leeg, zeer effectief en vaak de basis in de bestrijding van spint en/of trips.

Elk hier benoemde roofmijtsoort kan met de kweek van uw eigen medicinale cannabis met succes gebruikt worden. Houd rekening met het feit dat uw eventueel het proces van inzetten moet herhalen.

Roofmijt Amblyseius swirskii

De roofmijt Amblyseius swirskii kan ook in de winterperiode worden toegepast en is goed bestand tegen hoge temperatuur. A. swirskii kan zich goed ontwikkelen in het gewas zodra de dagtemperatuur regelmatig boven 20-22°C komt

Roofmijt Phytoseiulus persimilis

Phytoseiulus persimilis is een roofmijt die in de biologische bestrijding wordt ingezet tegen mijten uit de onderfamilie Tetranychinae zoals de bonenspintmijt(Tetranychus urticae), die gewassen aantast. Deze roofmijt is in 1958 per ongeluk vervoerd op orchideeën vanuit Chili naar Duitsland, van waaruit hij over de hele wereld verspreid is geraakt.

Roofmijt Amblyseius californicus

A. californicus heeft als larve een voorkeur voor de jongere ontwikkelingsstadia van de spintmijt. Het volwassen vrouwtje kan echter alle stadia eten. Wanneer voldoende prooi aanwezig is, eet A. californicus minder spintmijten dan Phytoseiulus persimilis. A. californicus kan echter ook overleven op andere mijten dan spintmijten en op stuifmeel en kan zelfs enkele dagen zonder prooi overleven. Bij lage prooidichtheden zijn ze meer effectief dan Phytoseiulus persimilis.

Roofmijt Neoseiulus californicus

ze prikken hun prooien aan en zuigen deze leeg. Neoseiulus californicus heeft als larve een voorkeur voor de jongere ontwikkelingsstadia van de spintmijt. Het volwassen vrouwtje kan echter alle stadia eten. Wanneer voldoende prooi aanwezig is, eet N. californicus minder spintmijten dan Phytoseiulus persimilis. Neoseiulus californicus kan echter ook overleven op andere mijten dan spintmijten en op stuifmeel en kan zelfs enkele dagen zonder prooi overleven. Daardoor zijn ze bij lage prooidichtheden effectiever dan Phytoseiulus persimilis.

Galmug Feltiella acarisuga

Feltiella acarisuga is een predeterende galmug welke zich zal voeden op meerdere soorten spintmijt. Deze vorm van bestrijding word voornamelijk ingezet bij grotere spint koloniën en spint haarden. Larven van de galmug zuigen alle stadia van spint leeg een uitstekende opruimer van spinthaarden

Varenrouwmug

(Sciaridae)

varenrouwmug 1

 

Varenrouwmuggen zijn vooral bij jonge planten een lastige plaag. Ze kunnen schade aanrichten aan zaailingen, verspeende plantjes en stekken. Varenrouwmuggen worden vooral aangetroffen in een vochtige, humusrijke omgeving.

Herkenning

De Varenrouwmug is een kleine (3-5 mm) donker mug met lange, slanke antennen en lange poten. Het zijn vooral de larven van de varenrouwmug die de grootste schade veroorzaken. Wanneer aanwezig, komt dit vliegje meestal in grote aantallen voor omdat de vereisten voor een snelle voortplanting aanwezig zijn (een temperatuur hoger dan 23-24 graden en de aanwezigheid van veel planten).

De varenrouwmug leeft 3-4 weken en legt 200-500 eieren in de grond. Na 2-3 dagen (afhankelijk van de temperatuur) komen de eieren uit en beginnen de larven aan een 2 tot 3 weken durende groeiperiode tot aan de verpopping. De witdoorschijnende larven (volgroeid 5mm) richten directe schade aan door het knagen aan en het doorboren van de wortels en in mindere mate de stengels.

De larven voeden zich niet enkel met dood, organisch materiaal zoals algen en schimmels, maar ook met levend materiaal zoals wortel en stengel weefsel. Ze boren zich in de wortel en/of stengel van stekken, zaailingen of jonge planten.

Indirecte schade wordt veroorzaakt doordat de larven mijten, aaltjes, virussen en schimmelsporen verspreiden. Ook de volwassen varenrouwmuggen kunnen diverse schimmels overbrengen. Ook de door de larven aangevreten plekken zijn invalspoorten voor allerlei schimmels, die het afstervingsproces kunnen versterken.

De varenrouwmug vertraagt de groei en leidt het eveneens tot grotere vatbaarheid van de plant voor allerlei plantenziekten. Door de vraatschade aan de wortels/stengels laat de plant de bladeren hangen en kan zelfs volledig verwelken.

Biologische bestrijding

Nematoden (Steinernema sp.)

nematoden

Nematoden zijn met het oog niet-waarneembare aaltjes, die in de potgrond de larven van de Varenrouwmug opzoeken en binnendringen, waarbij een bacterie afgescheiden wordt die de larve van de Varenrouwmug doodt. Tevens leggen de aaltjes hun eitjes in de larve van de Varenrouwmug

Roofmijt (“Hypoaspis miles “)

roofmijt

Hypoaspis miles is een bruin gekleurde roofmijt van ongeveer 1 mm groot. Deze predator leeft in de bovenste grondlaag (1-4 cm diep) en voedt er zich met schadelijke bodeminsecten zoals springstaarten, poppen van trips en varenrouwmuglarven. Vrouwtjes leggen eitjes in de grond. De ontwikkeling van ei tot volwassen stadium duurt bij 25°C 10 tot 13 dagen. Daarbij worden drie onvolwassen stadia doorlopen. Hypoaspis miles voelt zich thuis in vochtige (pot-)grond en kan tot 7 weken zonder voedsel. De roofmijt is actief bij temperaturen boven 10°C.

Toprot  

(Botrytis cinerea of grauwe schimmel)

Toprot houd in het rotten en afsterven van de bloemtoppen van uw medicinale cannabisplanten, door de aantasting van schimmels. Vaak veroorzaakt door een langere periode met wat koudere temperaturen en een hoge luchtvochtigheid.

Herkenning

toprot

Een manier om toprot vroegtijdig op te sporen is goed op het blad te letten dat uit de top groeit. Wanneer deze een vreemde kleur vertoond en zonder moeite uit de top loslaat wanneer je er voorzichtig aan trekt is het voor 99 % zeker dat er iets aan de hand is aan de binnenkant van de top.

Preventie

Voorkomen is lastig in ons klimaat omdat deze schimmel het best gedijt bij lage temperaturen en een hoge luchtvochtigheid. Iets wat hier in het najaar vrijwel onvermijdelijk is dus. Probeer de planten dus zo droog mogelijk te houden en schud bijvoorbeeld ‘s ochtends de dauw uit de planten en zet ze zoveel mogelijk in direct zonlicht en op een plek waar de wind zorgt voor voldoende ventilatie. In het meest gunstige geval zet je de planten ‘s nachts binnen zodat vocht en kou er minder vat op hebben. De planten een stukje boven de grond zetten houdt de bodemtemperatuur al iets stabieler en zorgt dat de weerstand van de planten minder snel afneemt en ze minder vatbaar voor ziekten zijn.

Een andere oplossing voor volgend jaar is om de planten vroegtijdig te verduisteren zodat ze afbloeien voor het najaar zijn intrede doet. De toppen zullen dan ook gebruik kunnen maken van de kracht van de zon tijdens de zomermaanden en waarschijnlijk van betere kwaliteit zijn.

Bestrijding

Het enige wat je hiertegen in de bloei kunt doen is de geïnfecteerde stukken er ruimschoots uitknippen en je schaar tussentijds desinfecteren. Je hebt te maken met een schimmel en schimmels laten sporen vrij die zo gemakkelijk andere delen van de plant kunnen besmetten.

Erg secuur en hygiënisch werken dus en je planten steeds blijven controleren op nieuwe infecties. Zodra er zich toprot voordoet in je plant is het meestal een verloren strijd, dus in geval van nood kan je dames vroegtijdig oogsten om zo nog iets van de opbrengst te redden.

In geval dat de schimmel op stengel en takken komt is het redelijk onder controle te houden door met een klein kwastje de plek dun in te smeren met ouderwetse groene-zeep, de bekende heldere dikke pasta uit een potje. Het basische milieu zorgt er voor dat de schimmel stopt, de plek word zwart en gaat niet meer verder. Smeer het niet in de toppen. wij gebruiken deze methode al jaren in geval besmetting en het zorgt dat de tak of stam er nog een tijdje aan blijft zitten en sporen besmetting vanaf die plek stopt.

Ander probleem ?

Bovengenoemde methodes zijn bedoeld voor de meest voorkomende ziektes en ongedierte, heeft u last van een ander soort ziekte en/of ongedierte die u niet kunt terugvinden, kijk dan even op ons forum of stuur ons een mail. Wij zullen ons best doen om u zo goed mogelijk te assisteren met het oplossen van het probleem.